Op 27 maart opende de tentoonstelling Van Gogh and Britain in Tate Britain in Londen.

Een week eerder reisde ik hier heen om het transport van twee werken van Vincent van Gogh te begeleiden, die door de Stichting P. en N. de Boer aan deze tentoonstelling werden uitgeleend. Een tekening van de oude boer Cornelis Schuitemaker met Engelse titel “Worn out” en een schilderij van een korenveld nabij Arles.

Vincent van Gogh (1853-1890)
Peasant Sitting by the Fireplace (‘Worn Out’) 1881
© P. and N. de Boer Foundation, Amsterdam

Tot op het laatst was er onduidelijkheid of het transport kon doorgaan. Op het moment dat de kunstwerken hier zouden vertrekken was het nog gewoon een transport binnen Europa, maar na een Brexit zouden de kunstwerken zich plotseling buiten het EU gebied bevinden. En dan zou er dus bij terugkeer aan de grens BTW moeten worden betaald.
Ook andere bruikleengevers als het Van Gogh Museum en het Kröller-Müller hadden met deze problematiek te maken. Een regeling uit Brussel bood uiteindelijk soelaas, (zie NRC). Ik kon op pad.

De Tate heeft zelf maar één Van Gogh, en op de tentoonstelling zijn meer dan 50 werken van de meester samengebracht. Er werden dus veel bruiklenen naar de tentoonstelling getransporteerd en daar komt veel bij kijken.

Vincent van Gogh (1853-1890)
Wheatfield, June 1888
Oil on canvas, 50 × 61 cm
© P. et N. de Boer Foundation, Amsterdam

Allereerst de financiering. Het organiseren van een dergelijke tentoonstelling kost veel geld. Alle transporten moeten worden verzekerd. Voor alle koeriers moeten, zowel heen als terug, tickets en hotels worden geregeld.
Daarnaast stellen de verschillende bruikleengevers hun eisen aan het transport, de beveiliging, de klimaatbeheersing in de tentoonstellingsruimte of de hoeveelheid licht die voor hun kunstwerken is toegestaan.

De organisatie van deze tentoonstelling begon zo’n drie jaar geleden. Tot kort vóór de tentoonstelling is deze nog een virtueel concept.
Men heeft op enig moment duidelijkheid hoe men het thema van de tentoonstelling gaat uitwerken en welke werken er te zien zullen zijn.

Dan moet er worden vastgesteld hoe de werken zullen worden gegroepeerd en hoe ze zullen worden gehangen. Dit gebeurt virtueel, met behulp van een 3D computermodel.
Ook moet er worden bepaald in welke kleuren de zalen geschilderd zullen worden. Elke zaal behandelt een thema, en elk thema krijgt zijn eigen kleur. Maar zal die kleur ook goed passen met de schilderijen die er komen te hangen? En hoe ziet de kleur er in de praktijk uit bij een lage lichtwaarde? Dat laatste werd ’s avonds, als er geen publiek meer was, uitgeprobeerd met beschilderde kartonnen.
Ook de teksten en hun belettering moeten worden bedacht.

En dan begint de fase dat het allemaal bij elkaar komt. In een strak schema komen de koeriers met hun kunstwerken binnen.

Ik meldde me op de vastgestelde tijd en werd opgehaald bij de receptie. Via de eindeloze gangen en catacomben van dit grote gebouw werd ik naar de tentoonstellingszalen geleid.

De kisten met de kunstwerken stonden daar al klaar. Het transport van de kunstwerken wordt uiteraard door een professionele kunsttransporteur uitgevoerd. Onze kunstwerken werden in twee prachtige geel gekleurde Turtles vervoerd, de herbruikbare klimaatkisten van transporteur Hizkia Van Kralingen, die – tussen al die gewone houten kisten van de andere bruikleengevers – toch wel wat jaloerse blikken vingen.

De kunstwerken worden zaal voor zaal, één voor één, met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en in het bijzijn van de koeriers uit de kisten gehaald.

Het belang van een koerier is vooral om vast te stellen dat een kunstwerk in ongeschonden staat is aangekomen. Bij aankomst worden de kunstwerken minutieus opgenomen door de koerier en de specialisten van het museum. Een schilderijenrestaurator voor het Korenveld, een tekeningenrestaurator voor “Worn out” en nog een lijstenrestaurator om de toestand van de lijsten op te nemen en om eventuele kleine schades te herstellen. Kleine vlekken, barstjes, oude schades, alles wordt minutieus gerapporteerd. Zo leer je een kunstwerk goed kennen, want je bekijkt letterlijk elke centimeter.
Aan het eind van de tentoonstelling wordt de inspectie herhaald om er zeker van te zijn dat de kunstwerken weer in dezelfde staat huiswaarts keren.

Wanneer de schilderijen en tekeningen geïnspecteerd zijn worden ze door het team van het museum aan de wand gehangen. De plaats is nauwkeurig met schilderstape op de muur bepaald.

Toen ik er was waren er ruim vijftien man aan het werk. Ik genoot van ieders professionalisme. Er heerste een soort gespannen blijheid. Dat wat men al zo lang heeft voorbereid komt nu echt allemaal samen.

Tussen de bedrijven door kon ik over de tentoonstelling dwalen. Nog niet alles hing, de tekeningen werden nog afgeschermd tegen het licht, maar het gaf een indruk. Nu heerste er nog relatieve rust maar niet lang hierna zou men elkaar hier staan te verdringen.

Het thema van de tentoonstelling: de invloed die Vincent in Londen zou hebben ondergaan, en de invloed die hij vervolgens weer op Engelse kunstenaars heeft gehad, is niet helemaal hard te maken. Het is een interessant uitgangspunt dat het onderzoeken zeker waard was. De tentoonstelling biedt weer een andere manier om naar Van Gogh te kijken.

Zijn uiteindelijke schilderstijl zou zeer verschillen van wat hem gedurende zijn Londense periode nog voor ogen had gestaan. Vincent was anglofiel, en de invloed die Engelse literaire bronnen op Van Gogh hadden is wel aantoonbaar.

Wellicht belangrijker is dat dit de eerste van Gogh tentoonstelling in Londen is sinds 1947. Nu al een eclatant succes, want de tentoonstelling is al tot en met de laatste dag uitverkocht.

Marc Schreuder

11 april 2019