Takanori Herai (1980)

Gebundeld dagboek

Onlangs had ik de catalogus van de indrukwekkende expositie in het Haarlemse Dolhuis: Outsider Art from Japan uit 2012 weer eens in handen. In deze tentoonstelling waren kunstwerken van Japanse mensen met een geestelijke beperking te zien. Een deel van deze werken werden in de collectie van het Dolhuis opgenomen en zijn nu nog te zien in Outsider Art Museum in het Hermitage in Amsterdam.
Wat er aan deze kunst opviel was de ogenschijnlijke vrijheid waarmee de kunstwerken waren vervaardigd. In de catalogus heeft men het over “kunst zonder grenzen”. Het papier wordt vaak tot aan de uiterste rand volgetekend: “outsider art overflows, there are no limits.”

Wat fascineert is hoe sommige van deze kunstenaars ogenschijnlijk onbewogen en met grote trefzekerheid doorwerken, net zolang totdat het af is. Alsof ze de hele tijd weten waar ze naar toe werken, alleen valt het niet te zeggen of dit ook zo is, misschien werken ze wel volkomen intuïtief. Vanwege hun geestelijke beperking is het vaak niet mogelijk om met hen te communiceren om vast te stellen vanuit welke motieven zij hun kunst maken. Vast staat dat het een eerlijke en directe uiting is van hun innerlijke leven. De “taal” waarin ze zich uitdrukken is vrij van normen en conventies.

Sommige van deze kunstwerken geven blijk van een grote intensiteit en directheid die ze zeer krachtig maakt, maar tegelijkertijd zijn het ook uitingen van grote innerlijke onrust. Het kunstwerk wordt een spiegel van het innerlijke gevecht dat deze mensen voeren. Hun kunst fungeert  blijkbaar als een uitlaatklep om grip te krijgen op het bestaan. Veel van deze kunstwerken zijn repetitief, altijd hetzelfde onderwerp, altijd dezelfde vormen, voortgebracht vanuit een obsessieve innerlijke dwang.
Het zijn deze aspecten, de ondoorgrondelijkheid en het obsessieve karakter ervan, die ertoe bijdragen dat deze kunst fascineert en imponeert.

Veel van de werken verbeelden een ordenend principe, in de vorm van een soort dagboek, vakverdeling, of in reeksen tabellen waarin treintijden of televisieprogramma’s vermeld staan.
Takanori Herai (1980) lijkt elke dag dezelfde twee tekeningen te maken, op voor en achterzijde van het vel. De blaadjes worden na verloop van tijd als een soort dagboek met een touw er door heen gebundeld. Aanvankelijk werd deze productie door de verzorgers van de zorginstelling waarin Herai woont, weggegooid. Maar men ging echter inzien dat de patronen in feite woorden zijn, geschreven in een taal die alleen Herai begrijpt. De dagelijkse werkelijkheid in voor ons onbegrijpelijke vakken of tekens gevangen.

Ik realiseerde mij dat die aspecten die ons in Outsider Art fascineren eigenlijk precies diezelfde zijn als die ons in “reguliere” moderne kunst fascineren. Misschien zijn de grenzen tussen die twee wel dunner dan we denken. Een paar voorbeelden:

Victor Vasarely (1906 – 1997)

In het oeuvre van Victor Vasarely zien we hoe deze kunstenaar de werkelijkheid steeds meer heeft willen reduceren tot zeer primaire vormen. In 1938 ontdekte hij de gebarsten wandtegels in het metrostation Denfert-Rochereau in Parijs, maar het zou tot 1948 duren voordat hij ze zou tekenen. De barsten in het glazuur van de tegels konden worden opgevat als losse contouren, maar ook als een alles omvattend netwerk van lijnen. Voor Vasarely betekende het een verdere abstractie van de natuur.

Victor Vasarely, Chadar - II. Période Denfert

Victor Vasarely (1906 – 1997)
Chadar – II.  Période Denfert.
Acryl op doek, 84 x 70 cm.
Gesigneerd en gedateerd: 190 Vasarely 1953 / 66
Collectie Schreuder & Kraan (verkocht)

Het schilderij in onze collectie, “Chadar II”  werd door “Denfert” geïnspireerd. Hij schilderde het in 1953, en nam het in 1966 opnieuw ter hand. In zijn latere werk is hij steeds meer een op zichzelf staande geometrische realiteit gaan scheppen, een constructie die wel herkenbaar is maar die geen relatie met onze werkelijkheid lijkt te hebben.
In zijn neiging tot ordening verschilt hij in wezen niet van Takanori Herai.


Takanori Herai (1980), dagboek, collectie Outsider Art Museum Amsterdam

Friedensreich Hundertwasser

Wanneer je kijkt naar het werk van Hundertwasser dan herken je een neiging om tot aan de rand van het papier te tekenen. Of de neiging om het hele vlak te vullen, een soort horror vacui, een angst voor het lege.

Friedensreich Hundertwasser
Friedensreich Hundertwasser (1928 – 2000)
Blood Garden House, Wenen14 februari 1975
Zeefdruk op papier, 54 x 42 cm, 78/200
Gesigneerd
Collectie Schreuder & Kraan

Bij Hundertwasser zie je ook hoe hij zich lijkt te verliezen in zijn kunstwerk: zijn pen voert hem mee (en voert ook ons mee). Kijk naar zijn neiging tot ononderbroken lijnen, zoals op het plein, en de spiralen die vaak in zijn werk opduiken.
Sociaal gesproken was Hundertwasser een outsider en dat is hij zijn hele leven gebleven. Tijdens de oorlog leefde hij als Joods kind in Wenen, en als bij een wonder werd hij, in tegenstelling tot diverse familieleden, niet afgevoerd naar een vernietigingskamp. Maakt dit alles zijn werk tot Outsider Art? Lees hier meer over Hundertwasser.


Jefke Dijkstra (1973), collectie Outsider Art Museum Amsterdam

Het werk van Jefke Dijkstra vertoont overeenkomst met de benadering van Hundertwasser. Alles lijkt zich in een kleurrijk, plat vlak af te spelen.

Nikolai Nikolajevitsj Vologzhanin (1945)

In de Sovjet-tijd was niet-onofficiele kunst zoals Vologzhanin die maakte (“nonkonformisty“) veroordeeld tot een marginaal bestaan; de kunstenaars waren verzekerd van alle vormen van tegenwerking vanuit de overheid.
We hebben een prachtige serie schetsen op papier uit de jaren 1980. Vologhzanin balanceert in zijn kunst tussen de herkenbare wereld en abstractie. Deze schetsen zijn expressionistisch. Ogenschijnlijk heeft hij ze zonder enige hapering of twijfel in één keer opgezet. Ze zijn krachtig en emotioneel, ze dragen vitaliteit of twijfel uit. De kunstenaar zelf meent dat zijn kunst zeer religieus is, maar niet op een traditionele manier. Het is kunst zonder woorden, woorden zouden tekort schieten om het kunstwerk te beschrijven. Je moet het gewoon ondergaan.

Nikolai Nikolajevitsj Vologzhanin (1945)

Nikolai Nikolajevitsj Vologzhanin (1945)

Nikolai Nikolajevitsj Vologzhanin (1945)

Nikolai Nikolajevitsj Vologzhanin (1945)
Nikolai Nikolajevitsj Vologzhanin (1945)
Olieverfschetsen op papier 43 x 60,5 cm
Gesigneerd en met Vologzhanin’s karakteristieke duimafdruk, € 450.
Collectie Schreuder & Kraan

Zet hier eens de kunst van het Chinese meisje Yue Yue tegenover. Het is te zien in de collectie van het Outsider Art Museum in Amsterdam.


Yue Yue (1990), collectie Outsider Art Museum Amsterdam

Yue Yue’s benadering van kunst is heel intuïtief. Ze werkt volgens een vast stramien, (“Ik wil dat de kleuren in elkaar overvloeien en begin altijd aan de buitenste rand, dan werk ik naar binnen.”). Op de website van het Outsider Art Museum kunnen we lezen: “Ze leidt ons een oerwereld binnen die voor de meeste mensen ontoegankelijk is, maar tegelijkertijd zeer fascinerend.”
Dat die binnenwereld fascinerend is, daar ben ik het mee eens, maar dat hij ontoegankelijk zou zijn, dat is volgens mij niet waar. Elk van ons staat in contact met zijn eigen onderbewuste, zijn eigen binnenwereld, maar je moet het vertrouwen hebben om je er voor open te stellen.

Vincent van Gogh

Is het werk van Vincent van Gogh Outsider Art? Die stelling is goed verdedigbaar: Van Gogh was een labiele persoonlijkheid, hij was wars van conventies, zijn werk is ongepolijst. In zijn portretten, bijvoorbeeld, beeld hij zijn modellen frontaal af, hij doet geen moeite om hen in een bevallige of voorname pose neer te zetten; hij heeft hun portret eerder als een soort pasfoto opgevat.
Van Gogh was een matig tekenaar maar hij compenseerde dit door de directheid van zijn werk, hij vertaalde de werkelijkheid in ritmische lijnen en verfstreken en had daarbij een fenomenaal en zeer eigenzinnig kleurgevoel. Maar naar de maatstaven van zijn eigen tijd maakte hij onverkoopbare kunst.
Het is pas nadat de wereld open ging staan voor het idee dat een kunstenaar niet langer de zichtbare werkelijkheid, maar vooral zijn innerlijke werkelijkheid als uitgangspunt kon nemen, dat er bewondering ontstond voor kunstenaars als Van Gogh.

Wellicht staat alle kunst in meer of mindere mate in verbinding met ons innerlijk. Misschien is het een universele menselijke taal die voortkomt uit de diepte van onze ziel. Een taal die voortkomt uit de plek waar onze dromen ontstaan. Dat is een plek waar conventies, tijd noch ruimte bestaan, daarom kan er vanuit die plek alleen in symbolen met ons worden gesproken .
Als dat zo is, dan hebben de kunstenaars van Outsider Art, omdat hun kunst ongefilterd naar buiten komt, en zij vrij zijn van de conventies waaraan “de anderen” zich gebonden voelen, het voordeel aan hun kant. Ondanks hun beperkingen en soms een grote onrust in hun ziel, weet de rauwe energie van hun werk, die taal zonder woorden, ons te raken in ons hart. Is het herkenning?

Marc Schreuder

 

Outsider Art Museum: (gevestigd in Hermitage Amsterdam)
Amstel 51, 1018 DR Amsterdam.
Voor meer informatie over het Outsider Art Museum kunt u contact opnemen met de initiatiefnemer het Dolhuys | museum van de geest, T 023- 5410 670

https://www.outsiderartmuseum.nl