Karoly J. Veress (1935 Roemenie) Bela Bartok, Third pianoconcert. Bronze, total height 51 cm. Provenance: Galerie Krikhaar, Amsterdam 1979; private collection.

In de 17de eeuw  ontstond er binnen de schilderkunst een soort pikorde tussen de diverse genres.

De historieschilderkunst hield zich bezig met het uitbeelden van belangrijke momenten uit de Bijbel, de Oudheid of geschiedenis. Het vergde veel kundigheid en vernuft om de verheven gevoelens en ideeën uit deze verhalen met waardigheid en in schoonheid te verbeelden. Daarom stelde de historieschilderkunst zich boven de andere genres zoals bijvoorbeeld landschapsschilderkunst of portretschilderkunst.
Deze laatste stond ergens onderaan, want bij een portretopdracht behoefde de kunstenaar slechts iemands gelijkenis op het doek te zetten en werd hij daarbij bovendien nog beperkt door de conventies van het genre.

Deze discussie was natuurlijk in hoge mate academisch, want als succesvol portretschilder kon je goed verdienen, terwijl er – bij gebrek aan kerkelijke- en adellijke opdrachtgevers – voor historieschilderkunst veel minder emplooi was.

Ook was er discussie over de verhouding tussen de verschillende schone kunsten zoals bijvoorbeeld de schilderkunst, de beeldhouwkunst en de architectuur.
De schilderkunst was in staat om de natuur na te bootsen alsof het echt was, zij kon de natuur zelfs nog verbeteren! Zo gaat het onwaarschijnlijke verhaal dat de Griekse schilder Apelles (4de eeuw voor Chr.) het portret van Campaspe schilderde, de minnares van Alexander de Grote. Deze laatste was zó met het resultaat ingenomen dat hij genoegen nam met het portret en zijn minnares aan Apelles schonk.

De beeldhouwkunst won het volgens sommigen echter weer van de schilderkunst, want ook die kan de natuur perfect nabootsen en bovendien kan je er omheen lopen. De beeldhouwkunst is 3-dimensionaal, de schilderkunst is beperkt tot het platte vlak. Maar dan is er nog de architectuur waar je zelfs doorheen kan lopen. Ook de architectuur is in staat om je emoties te bespelen, je door het ervaren van ruimte een gevoel te laten ondergaan.

Al deze bijzondere kwaliteiten ten spijt, vond de Griekse wijsgeer Plato (ca. 427 – 347 voor Chr.) dat de kunst een derderangs werkelijkheid was: een afschaduwing van een afschaduwing. De hoogste werkelijkheid was volgens Plato de wereld van de zuivere ideeën (het goede, het ware etc). Onze zintuiglijk waarneembare wereld is slechts een schaduw van deze hogere werkelijkheid, een tweederangs afgeleide. De kunst, op zijn beurt, is weer een nabootsing van deze nabootsing: een derderangs werkelijkheid dus.

Voor de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804) was kunst een voortbrengsel van de rede. Maar dat gold dan weer niet voor de muziek, die eerder een aangename dan een schone kunst was. Muziek is namelijk geen permanent product en het ontroert mensen eerder dan dat zij het intellect aanspreekt. Muziek beweegt onze gedachten louter met affecten. Het is slechts een spel van emoties dat aan ons cognitieve oordeelsvermogen voorbij gaat. Dat was voor Kant een reden om haar te beschouwen als de laagste kunstvorm in de rangorde der schone kunsten. Naar verluidt was Kant geen liefhebber van muziek.

  
Karoly J. Veress 
(Roemenië, 1935)
Béla Bartók, derde pianoconcert.
Brons, op marmeren sokkel, totale hoogte 51 cm.
Gesigneerd: “K. Veress”
Herkomst: Galerie Krikhaar, Amsterdam 1979; particuliere collectie.

 

In onze collectie hebben wij een sculptuur van Karoly Veress, (zie mijn blog “Flucht” voor meer informatie over de kunstenaar https://www.schreuder-kraan.com/verdreven/). Het is een verbeelding van het derde pianoconcert van Béla Bartók. Na het bovenstaande maak ik mij een beetje zorgen over de filosofische implicaties van dit kunstwerk, als afschaduwing van een afschaduwing, en dan nog geïnspireerd door de laagste kunstvorm in de rangorde der schone kunsten. Amai!Eigenlijk is het heel moeilijk om verschillende kunstvormen met elkaar te vergelijken. Appels en peren. In het geval van het werk van Veress is er een muziekstuk en er is een beeld waarin deze muziek vorm heeft gekregen. Het sculptuur is eigenlijk een symbool voor het muziekstuk, een compacte vorm die – zonder woorden – het muziekstuk in essentie uitdrukt… Het is bijzonder dat zoiets vluchtigs als een muziekstuk in massief brons kan worden gevangen!
De relatie hier, tussen twee verschillende kunstvormen, is uniek maar ook zeer persoonlijk: een andere kunstenaar zou een andere vorm hebben gekozen bij het verbeelden van dit muziekstuk. Elke kunstenaar spreekt in zijn eigen taal.De taal van het sculptuur laat zich ook niet zonder meer terugvertalen naar de bron van zijn inspiratie. Het is niet zo dat je, wanneer je dit beeld ziet, onmiddellijk denkt: “Ah, Bartók, dacht ik al, derde pianoconcert zeker?”
De muziek stroomde in het kunstwerk, maar de richting is altijd stroomafwaarts, vanuit de bron naar buiten. Elke kunstuiting vertelt zijn eigen verhaal.De verschillende kunstuitingen werken anders op ons in. Het valt mij altijd op hoe indringend muziek kan zijn, het is een veel rechtstreekser medium dan beeldende kunst. Muziek heeft het vermogen om heel direct je emoties, het hart, aan te spreken. Het is treurig, vrolijk, opzwepend of rustgevend en iedereen voelt dat meteen; bij ritmische muziek is het moeilijk om je voet stil te houden, behalve wellicht voor meneer Kant, voor wie het louter affecten zijn.Ik denk niet dat beeldende kunst – zoals Kant beweert – alleen met de rede begrepen kan worden, integendeel.
Ik proef vaak onzekerheid bij mensen wat ze van beeldende kunst moeten vinden. De waarheid is dat men er niets van hoeft te vinden. Als het goede kunst is, dan heeft deze de weg naar uw hart al gevonden. U voelt zelf wel wat er gebeurt, het overkomt u, het gaat automatisch.

Bij mij is er altijd die eerste indruk, waarbij mij letterlijk in een fractie van een seconde duidelijk wordt of een kunstwerk “werkt” of niet. Bij een heel goed kunstwerk voel je soms zelfs een soort schok in je hartstreek. Pas daarna komt de rede: als kunsthistoricus kan ik heel goed uitleggen waarom het kunstwerk “werkt”: door het onderwerp, de compositie, de werking van de kleuren, etc. Maar gevoelsmatig weet ik dan al dat het goed zit.

In onze tijd heeft de discussie over de rangorde van de schone kunsten aan relevantie verloren en is naar de achtergrond verdwenen. Kunstgenres vloeien steeds meer in elkaar over: sculpturale architectuur, 3d-schilderijen, installaties, videokunst met beeld en geluid, etc.

De concurrentiestrijd tussen individuele kunstwerken is echter nog steeds actueel. Wanneer ik een beurs voor hedendaagse kunst bezoek dan valt mij altijd weer op dat de kunstwerken vaak een element van overdrijving hebben. Óf een werk is hyperrealistisch, óf zeer groot van formaat, óf choquerend, óf heel fel gekleurd óf het heeft een gimmick: er beweegt iets, het is interactief… Het lijkt wel of de kunstwerken als een soort reclameborden zichzelf willen verkopen; om onze aandacht schreeuwen. Dit terwijl goede kunst toch zonder deze marketing zou moeten kunnen.
Het zegt iets over onze tijd… En het is maar goed dat we dit alles niet als geluid ervaren, want het zou oorverdovend zijn.

Marc Schreuder