Johan Hendrik van Mastenbroek (Rotterdam, 1875 – 1945) Zicht op Molen de Adriaan aan het Spaarne te Haarlem. Gesigneerd en gedateerd 1917 Olie op doek, 18 x 35 cm

Johan Hendrik van Mastenbroek (Rotterdam, 1875 – 1945)
Zicht op Molen de Adriaan aan het Spaarne te Haarlem.
Gesigneerd en gedateerd 1917
Olie op doek, 18 x 35 cm

Wat de Rotterdamse schilder Johan Hendrik van Mastenbroek ertoe heeft bewogen om Haarlem te bezoeken is niet bekend. Zeker is dat hij bij ten minste drie gelegenheden een Haarlems stadsgezicht heeft vastgelegd.

Mastenbroek was een man van het water. Hij werd gefascineerd door rivier- en havengezichten, daar waar scheepvaart en industrie elkaar ontmoetten in een atmosferisch spel van licht en water. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij langs het Spaarne wandelde en uitkwam bij Molen de Adriaan. Oude foto’s tonen de omgeving van de molen nog met onbeschoeide oevers en tal van loodsen en werfjes die de semi-industriële rafelrand van de stad vormden maar nu helemaal verdwenen zijn.

De oude Molen de Adriaan te Haarlem

Van Mastenbroek koos bij zijn schilderij voor een gezichtspunt vanuit het noorden, kijkend in de richting van de stad. De molen licht op de oostelijke oever van het Spaarne, die daar een bocht maakt; het silhouet van de Bakenesser Toren is links van de molen te zien, maar ligt in feite op de westelijke oever.

De Molen de Adriaan te Haarlem

Haarlem was bewolkt op die najaarsdag in 1917, maar door de wolken weet de zon een diffuus wit licht te verspreiden. Men kan niet ver kijken, de overzijde van de rivier verdwijnt is heiige grijstinten. Een afgemeerd schip en zijn reflectie in het water vormen het centrum van de compositie.

Van Mastenbroek was er niet op uit een zuivere topografische weergaven te schilderen, hij voelde zich vrij om de visuele werkelijkheid aan te passen. Al in zijn vroege werk zag men zijn neiging om het beeld te verbreden, de kades opzij te duwen om meer lucht en meer ruimte te kunnen laten zien.

Mastenbroek, detail

Vóór alles wilde Van Mastenbroek ons de ogen openen voor de sfeer van het moment. Met zijn schetsachtige en atmosferische penseelvoering wilde hij ons een glimp van de werkelijkheid tonen die wij over het algemeen niet opmerken omdat we niet stilstaan om er naar te kijken.
“Ik kon er zo blij van worden als ik een krachtige indruk onderging” zo herinnerde zich de schilder, “ik bleef dan kijken naar die heerlijke wolkenformaties en de kleurrijke strijd tussen de zon en de wolken. Ik ging altijd schetsen, zelfs wanneer het regenachtig was want dan kan men de mooiste luchten en geweldige kleuren zien. De aarde is dan doorweekt en daardoor vol van kleur. Dat zijn de beste dagen om erop uit te gaan. En daarna kon ik dan geen rust vinden totdat ik zulke impressies in een schilderij had weten vast te leggen.”

Johan Hendrik Mastenbroek

Johan Hendrik van Mastenbroek’s stijl zou kunnen worden omschreven als post-impressionistisch, maar het doet de schilder geen recht om hem af te schilderen als slechts een navolger van de Haagse School schilders, Jongkind en de Franse kunstenaars Corot en Daubigny, want als kunstenaar was Van Mastenbroek stevig in zijn eigen tijd geworteld.

Van Mastenbroek was de zoon van een verfhandelaar. Hij begon al heel jong met schilderen. Van 1887 tot 1894 volgde hij een avondcursus schilderen aan de Rotterdamse academie. Tegen de tijd dat hij 17 jaar oud was had hij al honderden schetsen gemaakt.  Al vanaf 1893 had hij contact met kunsthandelaren uit Londen en New York en werd zijn werk internationaal verkocht. Kunsthandels uit binnen- en buitenland wilden hem graag vertegenwoordigen. Hij werd de meest succesvolle en gevierde havenschilder uit zijn tijd.

In 1912 was Van Mastenbroek vanuit Rotterdam naar Scheveningen verhuisd. Dit weerhield hem er echter niet van om dagelijks met de tram naar Rotterdam te reizen, (tot 1940, toen de oorlog dit onmogelijk maakte). Thuis in zijn studio werkte hij zijn potlood- en krijtschetsen uit tot schilderijen.

Hij hield van deze methode. “Zo genoot ik er twee keer van. De eerste keer wanneer ik het buiten zag en schetste en naderhand thuis, wanneer ik de tekening of het schilderij uitwerkte. ’s Avonds werkte ik uit wat ik gedurende de dag had gezien.”

In 1942 werd Van Mastenbroek gedwongen om zijn villa in Scheveningen te verlaten. Hij vestigde zich tijdelijk in Schiebroek en keerde in 1943 terug naar Rotterdam. Daar zou hij twee jaar later overlijden.

Zelfs in die turbulente laatste jaren met twee verhuizingen zei hij: “Het huis is overvol natuurlijk. Maar ik heb mijn levenswerk van 60 jaar om mij heen en zo nu en dan kan ik mijn schetsen rustig uitwerken. Ik heb er nog zo veel die ik moet uitwerken…”

Marc Schreuder

 

Brandende Molen de Adriaan in Haarlem

Molen de Adriaan

De molen die er nu staat werd in de jaren 1999-2002 herbouwd. De oorspronkelijke molen, zoals die nog op het schilderij van Van Mastenbroek is te zien, dateert  uit 1779. Deze werd in 1932 door brand verwoest. De gemeente had echter een herbouwplicht. Na 70 jaar leidde dit uiteindelijk tot herbouw. De Adriaan herrees uit zijn as.