Dit jaar heeft onze dochter eindexamen gedaan.
De examenperiode is inmiddels afgelopen. Nu is het wachten op de uitslag. Voor de meeste leerlingen wordt daarmee een nieuwe fase in hun leven ingeluid.Zoals het de laatste jaren een traditie lijkt te zijn geworden, kreeg het examen Nederlands voor VWO ook dit jaar weer een stortvloed aan kritiek over zich heen.Het examen bevatte meer teksten dan gebruikelijk, bovendien was de laatste tekst behoorlijk pittig, waardoor velen het niet afkregen.Wat mij nog het meeste verbaasde was de eis dat bepaalde antwoorden in een gelimiteerd aantal woorden moesten worden geformuleerd. En dan niet een richtlijn van ca x woorden of zo, maar een exact en vrij restrictief aantal, zodat je je tijd zit te verdoen met het tellen van woorden en het editen van je tekst om er woorden uit te knikkeren. Een teveel aan woorden wordt net zo zwaar bestraft als het opschrijven van totale onzin.Je zou denken dat een VWO-er zijn gedachten helder moet kunnen formuleren, maar de vorm is klaarblijkelijk belangrijker dan de inhoud.Deze denktrant is meer in het dagelijkse leven doorgedrongen dan dat we beseffen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een anekdote van een vriendin die een afspraak probeerde te maken met een specialist. De assistente vroeg haar wat de klacht was en onze vriendin antwoordde dat ze last had van zowel haar knie als haar heup. Nou, dat kon niet. Op het formulier op haar scherm was er maar ruimte voor één klacht, en dus moest er een keuze worden gemaakt.


In de film The Terminator (1984) zullen machines in de toekomst de heerschappij over de aarde overnemen. Volgens mij hebben ze dat al lang gedaan. Wij zijn inmiddels afgezakt tot het niveau van gedresseerde apen.

Iets vergelijkbaars is er gaande bij het VWO examen Tekenen (beeldende kunst). Het vak Tekenen bevat een zware component kunstgeschiedenis. Dit examen is zo ontworpen dat er slechts ruimte is voor een bepaald aantal duidelijk normeerbare antwoorden. Op zich is dat begrijpelijk, maar ik had beslist moeite om me in het stringente goed/fout- format van de examinatoren in te leven. Als kunsthistoricus ben ik gewend om te bespiegelen, te vergelijken en te beredeneren. Maar wat wilden ze hier in Godsnaam horen?!?

Een dergelijk examen blijkt training te vereisen om je in de mindset van de vragenstellers te kunnen verplaatsen. Is dat een objectieve maatstaf om iemands kennisniveau te meten? Ik was allerminst zeker van een goed cijfer. Toch nog examenstress…

Het thema
Een ander punt vormt het thema dat een dergelijk examen heeft. Al sinds 2013 is het examenthema voor het vak Tekenen hetzelfde: engagement. Het begrip duidt op de wijze waarop kunstenaars hun werk met sociale en maatschappelijke vraagstukken verbinden.

Zo voelden bijvoorbeeld  jonge geëngageerde kunstenaars als Kazimir Malevich zich tijdens de Russische Revolutie aangetrokken tot de  ideologie (en het dictaat) van de proletarische kunst, die wilde afrekenen met de conventies bourgeois kunst.

Kazimir Malevich, Suprematist Composition: White on White, 1918. Oil on canvas.
Kazimir Malevich, Suprematist Composition: White on White, 1918.
Oil on canvas.

Grote denkers
Met een thema als engagement heeft de Examencommissie er voor gekozen om de kunst vanuit een sociologisch of politiek standpunt te benaderen. Engagement gaat immers over maatschappelijke betrokkenheid.

Aby Warburg (1866-1929) (links) en Claude Lévi-Strauss (1908 – 2009)
De tendens om kunst vanuit een ander – niet kunsthistorisch – vakgebied te benaderen is niet nieuw. Grote denkers, zoals de Duitse kunsthistoricus Aby Warburg (1866-1929) en de Franse antropoloog en etnoloog Claude Lévi-Strauss (1908 – 2009), hebben met hun nieuwe inzichten vanuit de antropologie een grote impuls gegeven aan de kunst- en cultuurgeschiedenis.

Juist door buiten de kunstwetenschap te treden werd het mogelijk om die met objectiviteit te bekijken. Dit heeft waardevolle inzichten opgeleverd over de plaats die kunst in onze cultuur inneemt.

Deze lijn van onderzoek is op een gegeven moment wel enigszins doorgeslagen. Je kunt je afvragen hoe zinvol het is om zeventiende-eeuwers de maat te nemen op het gebied van vrouwenemancipatie, een tijd waarin dit begrip nog helemaal niet bestond.

Inmiddels hebben de media de rol van de kunstenaar in het publieke domein overgenomen. Kunstenaars die het spel volgens de regels van de media spelen, kunnen er succesvol in zijn om de aandacht op zich te vestigen. Dat betekent vaak dat ze zich moeten uiten met mediagenieke acties. Denk hierbij aan kunstenaars als Andy Warhol, Damien Hirst en Ai Weiwei.

Ai Weiwei
De Chinese kunstenaar Ai Weiwei filmde een Syrische  vluchteling die op een modderig veld in het midden van het Idomeni vluchtelingenkamp op de Grieks-Macedonische grens op een vleugel speelde, op 12 maart 2016.

Een opmerkelijke keuze
Het is vreemd dat, wanneer het engagement in de kunst door de media is voorbijgestreefd en aan belang heeft ingeboet, de minister c.q. het College voor Examens, het thema van het eindexamen Tekenen nu al jaar na jaar op engagement heeft vastgepind. Onder de Haagse stolp is het waarschijnlijk een politiek correct thema. Het toont dat men de avant-garde omarmt en getuigt daarmee tevens van het eigen engagement. Toch is het ook een zwakte, om zich achter de maatschappelijke relevantie van kunst te verschuilen. Alsof de kunst niet sterk genoeg zou zijn om op eigen benen te staan.

Het gedachtepaleis
Mijn probleem met een thema als ‘engagement’ is dat er een schil om de kunst wordt gevormd.
Niet de kunst staat centraal, maar de schil eromheen, namelijk de manier waarop – en de mate waarin – kunst voldoet aan het criterium engagement.
De invalshoeken van deze vorm van kunstbeschouwing zijn allemaal sociologisch of politiek van aard. Het kunstwerk wordt nog uitsluitend gezien als de drager van maatschappijkritiek, waarbij alle artistieke aspecten, zoals de compositie en de vorm, ten dienste staan van deze visie. Niet langer wordt er gesproken over het kunstwerk zelf, over schoonheid, inspiratie, artisticiteit, kwaliteit of vakmanschap. Het gaat er niet over of je door het kunstwerk wordt geraakt (anders dan gechoqueerd). Het gaat uitsluitend nog over engagement en niet over kunst.

Deze benadering is een gedachteconstructie van het hoofd, die zich heeft losgemaakt van de realiteit, van het ding zelf: het is een gedachtepaleis.
Om het wat gechargeerd te stellen: het eindexamen tekenen gaat al jaren niet over kunst.

Anarcho-punk graffiti

Het volharden in deze benadering, om de kunst vanuit een andere discipline te benaderen, zoals met het eindexamen het geval lijkt, geeft in deze vorm een zeer beperkte en eenzijdige blik op kunst. Daarmee wordt aan leerlingen in hun examenjaar een belangrijk deel van de kunstbeleving onthouden.

Het mag dan een politiek correct thema zijn, het moet me ook van het hart dat het examen bij mij een eenzijdig en negatief wereldbeeld oproept. Het laat geen enkele ruimte om van kunst te genieten.

Marc Schreuder

Voorbeeld van enkele examenvragen:

‘tegen de gevestigde orde’

Marc Bijl is een Nederlandse kunstenaar die zich bezighoudt met politieke en sociale vraagstukken. Hij laat zich inspireren door symbolen en codes van (sub)culturen en is onder andere geïnteresseerd in de graffiti van de punkbeweging. Op afbeelding 1 (zie je Create a fundament (Een basis creëren / Een grondbeginsel creëren) van Bijl uit 2004. Hij spoot op verschillende locaties de volgende woorden op objecten: ‘create’, ‘a fundament’, ‘to prevent’, ‘chaos’, ‘and’, ‘anarchy’. Vervolgens fotografeerde hij deze objecten. De foto’s presenteerde hij samen als één werk. Op figuur 1 (foto hierboven) zie je een voorbeeld van graffiti van de punkbeweging.

Create a fundament

Behalve het gebruik van spuitbussen zijn er in Create a fundament (afbeelding 1) ook andere aspecten van punkgraffiti aanwezig.

1     Geef drie van deze aspecten in het werk van Bijl.

Hoewel geïnspireerd op de graffiti uit de punk- subcultuur, verschilt Bijls werk er duidelijk van. Het werk Create a fundament is door Bijl gemaakt als kunst.

2     Geef twee argumenten waarom Create a fundament kunst is.

Antwoorden:

1 drie van de volgende:
−gebruik van korte (Engelse) kreten
−de anarchistische kreten (Chaos, Anarchy)
−het gebruik van kapitalen
−gebruik van alleen ‘niet-kleuren'(zwart en wit)
−het werken in de openbare ruimte / het gebruik van andermans eigendom als basis voor de tekst

2  twee van de volgende:
−(reflectie) Bijl reflecteert op het fenomeen subcultuur door een spel te spelen met conventies / met clichés uit de punkbeweging.
−(reflectie) Bijl reflecteert op het fenomeen subcultuur middels een poëtische / filosofische tekst.
−(werkwijze/concept) Bijl werkt vanuit een concept/plan, hij spuit woorden, die samen een zin vormen, op verschillende plekken en legt deze op foto vast, om ze als een geheel te presenteren.
−(presentatie) Bijl presenteert het werk als een kunstwerk, onder andere door het te voorzien van een titel en/of hij presenteert het werk op een tentoonstelling en in een catalogus.
−(vormgeving-inhoud) Bijl lijkt een inhoudelijke relatie te zoeken tussen het (bouw)materiaal en de leus (waarin woorden als ‘creëren’ en ‘fundament’ in voorkomen).

De Duits-Amerikaanse kunstenaar Hans Haacke (1936) maakte in 2004 een kunstwerk waarin de Amerikaanse vlag een rol speelt. Hij reageerde met zijn werk op misstanden in de Abu Ghraib gevangenis vlak bij Bagdad. Hier werden door Amerikaanse gevangenisbewaarders misdrijven gepleegd tegen Irakese oorlogsgevangenen.

Op figuur 3 zie je een foto uit de Abu Ghraib gevangenis uit 2003. Op afbeelding 6 zie je Haackes werk, de titel is Star Gazing (Sterren Kijken).

ebeling01-24-05-6

figuur 3 Het werk Star Gazing is cynisch te noemen.
8     Leg voor twee aspecten van het werk uit waarom het cynisch te noemen is.

Star Gazing is een commentaar op de martelpraktijken in de Abu Ghraib gevangenis, maar bevat ook andere punten van kritiek op de Verenigde Staten.

9     Geef twee andere punten van kritiek op de Verenigde Staten die uit dit werk afgeleid kunnen worden.

Antwoorden:

8) twee van de volgende:
−Het werk kan cynisch worden genoemd, omdat hier verwezen wordt naar gruwelijke martelpraktijken, maar dan vormgegeven in de ‘frisse huisstijl’ van de Verenigde Staten.
−De combinatie titel en beeld kan cynisch worden genoemd, omdat er
wordt gesproken van star gazing (sterren kijken) terwijl de persoon met de kap niets ziet.
−De titel kan, in combinatie met het beeld, cynisch worden genoemd. In eerste instantie lijkt de titel te verwijzen naar de afgebeelde persoon, maar is in feite gericht op de beschouwer: de beschouwer ‘ziet sterretjes’, de afgebeelde persoon ziet niets.
−Het werk kan cynisch worden genoemd omdat star gazing verwijst naar de Hollywoodcultuur en het aanbidden van bekende sterren, terwijl het hier gaat om een anonieme figuur en/of terwijl het hier om ‘een beroemdheid’ gaat waarvan de Amerikanen waarschijnlijk liever hadden gezien dat deze onbekend was gebleven.

9)  twee van de volgende:
−een kritiek op de blik van de Amerikanen die wordt beperkt door de eigen/westerse ideologie / gevoelens van nationale trots
−een kritiek op het opleggen van een westerse/Amerikaanse blik of westers/Amerikaans wereldbeeld aan anderen
−een kritiek op het opgeven van individuele identiteit voor ‘grote’ / nationale Amerikaanse belangen

Links naar:
Examen tekenen vwo 2016 opgaven
Examen tekenen vwo 2016 correctievoorschrift
Examen tekenen vwo 2016 kleurenbijlage